Lesmethode

Uitgangspunt bij de lessen is de stappenmethode van de Schaakbond. De methode bestaat uit zes stappen, oplopend in moeilijkheidsgraad. Bij iedere stap hoort een handleiding met lessen voor de lesgever en werkboeken met opgaven voor de leerlingen. De lesmethode sluit goed aan bij de drie fases die een kind in zijn schaakontwikkeling doorloopt.

IMG_0707

Materiaalfase

Fase waarin de kinderen leren hoe de stukken bewegen en wat ze ermee kunnen. Belangrijkste voor het kind is dat hij zoveel mogelijk stukken slaat van de ander.

Het is erg belangrijk om goed de tijd te nemen voor deze fase.

Ruimtelijke fase

In deze volgende fase gaan de kinderen zich minder richten op de losse stukken en meer op het hele bord. Ze leren het belang van de velden, het samenwerken van stukken en het maken van kleine plannen.

Tijdfase

Laatste fase in de schaakontwikkeling van een kind. In deze fase beginnen kinderen te begrijpen dat er tijd nodig is om een bepaald doel op het bord te bereiken. Ze ervaren dat één zet cruciaal kan zijn voor het vervolg van de partij. Er worden doelen gesteld, ook deeldoelen, en vervolgens plannen gemaakt om die doelen te verwezenlijken.

Het leren van het schaken gebeurt veel door het spelen van spelletjes op het schaakbord. Ook is het gebruikelijk dat een periode waarin schaakles gegeven is afgesloten wordt met het krijgen van een schaakdiploma.

Geef een reactie